• In Elena draait het allemaal om Elena Colson. Zij is 7 jaar oud en zij is samen met haar zusje Sophie, haar ouders (Marie en Auguste Colson) en de hond Misty naar het land van de doeltaal (de taal die de kinderen gaan leren) verhuisd, waar haar ouders een restaurant openen. Elena raakt al snel bevriend met haar buurjongens, de tweeling Max en Otto.

    In het eerste thema leren we de Colsons en hun nieuwe buren kennen. Elena wordt vriendjes met de beide buurjongens Max en Otto. In thema 2 gaat Elena naar school waar de juf haar een verhaal voorleest. In het 3de thema spelen Elena, Max en Otto in de tuin. Elena klimt in een boom en wat er dan gebeurt……. Thema 4 speelt bij Elena thuis. Haar vriendje Henry komt logeren. In het 5de thema gaat Elena met haar vader mee naar zijn restaurant. Samen met hem bakt ze de lekkerste pannenkoeken. In thema 6 gaat Elena met haar vriendjes Max en Otto naar de supermarkt boodschappen doen. Ze letten heel erg goed op het verkeer. In thema 7 viert de juf van Elena haar verjaardag op school. De kinderen hebben een geweldige verassing voor haar. In thema 8 is het mooi weer en gaat de klas naar de kinderboerderij. Wat hebben de dieren een honger! In thema 9 spelen Elena, Sophie, Max en Otto op zolder. Daar vinden ze een grote verkleedkist. In het laatste thema gaan Elena en Sophie op vakantie. Samen met opa en oma rijden zij naar hun huis in Duitsland. Hoe is het weer daar? Hopelijk schijnt de zon.

  • Thema 1: Hallo Elena

    Thema 2: Op school

    Thema 3: Elena in actie

    Thema 4: Bij Elena thuis

    Thema 5: Eet smakelijk Elena

    Thema 6: Boodschappen doen

    Thema 7: Feest

    Thema 8: Elena op de kinderboerderij

    Thema 9: Wat trek je aan Elena?

    Thema 10: Elena op vakantie

  • Elk thema bestaat uit 10 lessen met aanvullende activiteiten. We gaan ervan uit dat u 2 eenheden van 30 minuten per week doet maar u bepaalt natuurlijk zelf het tempo. In elk thema leren de kinderen een bepaald aantal basiswoorden passief en actief. Deze basiswoordenschat wordt aangevuld met een uitgebreide woordenschat die de kinderen alleen passief hoeven kennen.

    De hoofdpersoon Elena vervangt als het ware de leerkracht en leidt door het programma. Elena legt uit, zingt, danst met de kinderen, helpt bij TPR-oefeningen en looft de kinderen als de opdrachten goed hebben gedaan.

    De kinderen kunnen ook individueel met het programma werken, op school of thuis samen met hun ouders of grootouders.

    Uitgaande van een 'natuurlijke' taalverwerving ontwikkelt Elena eerst de passieve en dan de actieve taalbeheersing met de woordenschat als hoofddoel – naar het motto van Krashen: Als ik naar het buitenland ga, neem ik een woordenboek mee, geen grammatica.

  • De verwerving van de woordenschat verloopt volgens de zogenaamde “ de viertakt van het woordenschatonderwijs” (Verhallen). De viertakt bestaat uit:

    1. Voorbewerken (een context creëren die aansluit bij de belevingswereld van de kinderen en de voorkennis van de kinderen activeren).
    2. Semantiseren (de begrippen betekenis geven, met de hulp van visuele ondersteuning). Na het gesprek volgt het kijken en luisteren naar digitale prentenboek. Hierin worden de kernwoorden gepresenteerd en horen de kinderen de juiste uitspraak.
    3. Consolideren. Deze fase bestaat uit de praktische oefening. De woorden komen in verschillende contexten terug (herhalen, herhalen, herhalen) en in zowel geleide als vrijere oefeningen wordt de aangeboden taal in tweetallen of individueel geoefend.
    4. Controleren (de betekenis van de woorden controleren). Hieraan wordt in elke laatste les van het thema aandacht besteed. Door observatie of met behulp van de toets in het programma kan de voortgang van de leerlingen vastgelegd worden. Deze digitale toets telt hoeveel antwoorden het kind goed heeft.